Pladijs met citroenboter & spinazie
Ingrediënten
Pladijs 2 stuks (350-450 g per stuk, schoongemaakt)
Bloem 50 g
Zeezout 5 g
Zwarte peper 2 g
Boter 30 g
Olijfolie 20 ml
Voor de warme citroen-kappertjesboter:
Boter 70 g (in blokjes)
Sjalot 40 g (fijngesnipperd)
Witte wijn 60 ml
Visfumet of kippenbouillon 60 ml
Kappertjes 20 g
Augurk 25 g (zeer fijn in blokjes)
Peterselie 10 g (fijngehakt)
Citroensap 15 ml
Citroenrasp 2 g
Zwarte peper 1 g
Voor de spinazie:
Verse spinazie 250 g
Boter 20 g
Zeezout 2 g
Witte peper 1 g
Nootmuskaat 1 g
Bereidingswijze
1. Maak de boterjus:
Smelt de helft van de boter in een steelpan. Fruit de sjalot 3 minuten op laag vuur zonder te kleuren. Voeg de witte wijn en de visfumet toe en laat inkoken tot ongeveer een derde van het oorspronkelijke volume. Neem de pan van het vuur en klop geleidelijk de resterende koude boter erdoor tot een glanzende saus ontstaat. Voeg de kappertjes, augurk, citroensap, citroenrasp en peterselie toe. Houd de saus warm, maar laat ze niet meer koken.
2. Bak de pladijs:
Dep de pladijzen goed droog en maak aan beide zijden enkele ondiepe inkepingen. Kruid met zout en peper en bestuif licht met bloem. Klop overtollige bloem af. Verhit de olijfolie samen met de boter in een ruime koekenpan. Bak de pladijs 4 à 5 minuten op de donkere zijde tot deze mooi goudbruin is. Draai voorzichtig om en bak nog 2 minuten op de witte zijde. Lepel de schuimende boter regelmatig over de vis.
3. Bereid de spinazie:
Smelt de boter in een ruime pan. Voeg de spinazie toe en laat in 2 minuten volledig slinken. Kruid met zout, witte peper en een snuifje nootmuskaat.
4. Serveren:
Verdeel de spinazie over warme borden. Leg de pladijs er bovenop en lepel rijkelijk de warme citroen-kappertjesboter over de vis. Werk af met extra peterselie en een partje citroen.
Share